Zeven kenmerken Zeven kenmerken

De zeven kenmerken zijn ontleend aan Robert Warren. Hij deed in Groot-Brittannië onderzoek naar gemeenten die - tegen de trend van achteruitgang in - groeien en bloeien. Op voorhand was er geen eenduidige verklaring voor hun bloei en groei: deze gemeenten, hun voorgangers, de sociale omgeving en theologische ligging hadden op het eerste gezicht weinig overeenkomsten. Toch kwam men overeenkomsten op het spoor. Opvallend was dat geen enkele gemeente bewust streefde naar getalsmatige groei. Wel probeerden ze allemaal ‘steeds beter kerk te zijn’. Warren ontdekte een patroon in wat deze bloeiende kerken deden en hoe ze gemeente waren en formuleerde uiteindelijk zeven kenmerken voor een gezonde gemeente. Vervolgens keken andere gemeenten, ook in Nederland, door ‘die bril’ van deze zeven kenmerken naar zichzelf. Het lukte vaak om zo, samen met de gemeente, in korte tijd tot beleidsvoornemens en concrete plannen te komen die vaak goed uitpakten.

1 - bezield door geloof
• bewustzijn van de aanwezigheid van God
  (spiritualiteit, geloofsgesprek, gebedspraktijk)
• bron van motivatie/energie: geloof
  (niet: routine, machtsstrijd, matheid)
• eredienst: ontmoeting met God (niet: vaste routine)
• creatief verbinden van bijbel en dagelijks leven
  (eredienst en andere activiteiten)

2 - naar buiten gerichte blik
• betrokken op omgeving, kerk geen doel in zichzelf
• hartstochtelijk/profetisch bewogen (vrede/gerechtigheid)
• verbinding van geloof en dagelijks leven
• liefdevolle dienstbaarheid
  (ingaan op noden en behoeften van buurt of wijk)

3 - op zoek naar de wil van God
• besef van roeping (navolging, bekering; niet: routine)
  (zoektocht, geen pretentie)
• gavengericht vervullen van vacatures (geen druk)
• ontwikkeling van een gedeeld besef van richting en doel
• prioriteiten zijn bewust en concreet
• bereidheid tot investeren van tijd, energie en geld

4 - kosten van verandering opbrengen
• moed om feiten onder ogen te zien
• verandering: innerlijk (groei), niet enkel uiterlijk
• evenwicht tussen traditie en vernieuwing
• ingeving of overtuiging durven volgen
  (risico durven nemen; dingen durven stoppen)
• ingaan op uitdagingen
• positieve ervaringen met verandering worden bevestigd

5 - leven als gemeenschap
• accent op gemeenschap (en niet op organisatie)
• voeden van relaties en benutten van gaven
  (open vizier; niet: enkelen doen alles)
• leiderschap is gericht op het stimuleren van anderen
  (vragen stellen; niet: antwoorden geven)
• beschikbare gaven en ervaring worden ingezet
  (hoge participatie, veel luistervaardigheid)

6 - ruimte scheppen voor iedereen
• ruimhartige openheid (gevoel van welkom zijn)
• gastvrijheid: volledige opname van nieuwkomers
  (geen drempel, voorwaarden, ons-kent-ons, afnemers)
  (ontwikkeling van zinvolle relaties)
• overschrijden van grenzen tussen generaties
  (inzet: meedoen; niet: er bij zijn)
• zoekers worden aangemoedigd (vragen naar zingeving of geloof)
• diversiteit als kracht (sociaal, etnisch, geestelijk, lichamelijk)

7 – een beperkt aantal taken goed doen
• ontspannen en doelmatig (niet: zuchtend alles overeind houden)
• basistaken zijn op orde (eredienst, pastoraat, beheer, bestuur)
• diensten op scharniermomenten hebben kwaliteit
  (doop, trouw, rouw)
• de gemeente zelf is goed nieuws
  (kwaliteit levert positieve reacties op)
• vermogen tot genieten en relativeren

1 en 2 : twee grote geboden
3 en 4 : roeping is niet vrijblijvend
5, 6 en 7 : geloofsgemeenschap als teken van het koninkrijk

terug