Overweging Overweging
Eenvoud (22 december 2019)
Adem van God in een kind (kerstnacht, 24 december 2019)
en tilt het aan het licht (26 januari 2020)
Van geluk gesproken (2 februari 2020)
 
Eenvoud
overweging bij Micha 6,1-8
Klaas Holwerda, Nassaukerk, 22 december 2019)

Het gaat er even stevig aan toe bij Micha. Soms is het zaak je onomwonden naar elkaar uit te spreken. Om elkaar terug te vinden wanneer je elkaar bent kwijt geraakt en elkaar niet blijvend kwijt wilt. Dat gevecht gaat de Eeuwige met zijn volk aan in de profetenwoorden van vanmorgen. Een gevecht. Een woordenwisseling op het scherp van de snede. Nu moet je eens goed luisteren! Ik heb wat met je uit te praten!

Wrijving is hier verbinding. Ik wil je niet kwijt! Ik wil een nieuw begin maken. Ook dat is advent. Een urgentie zoals die bijvoorbeeld vandaag op ons toekomt in de dreiging die uitgaat van de opwarming van de aarde. De Eeuwige, het leven zelf, gaat een volwassen relatie met ons aan, daagt ons uit geen vlucht naar voren te maken, maar onze verantwoordelijkheid te nemen.

Hoe dat er uit ziet: onze verantwoordelijkheid nemen? Het is in feite zo eenvoudig, zo krijgen we te horen. Eredienst in de tempel toen en in een godshuis als dit vandaag - eredienst is, als het goed is, inoefening van een manier van leven. Hernieuwde bewustwording. Eredienst kan nooit een aflaat zijn, een afkoopsom voor fout handelen, een vorm van snel even gunstig stemmen. Ware eredienst krijgt gestalte in het leven van alle dag en staat opgetekend in een paar woorden slechts, die toch wel de kern vormen van dit kleine profetenboekje: Jou is aangezegd, mens, wat goed is! Wat verlangt het leven anders van je dan recht doen, trouw liefhebben en in eenvoud gaan met je God? (Micha 6,8)

Reageren? Schrijf naar
[terug]
 
Adem van God in een kind
overweging bij Micha 5,1-2 en Lucas 2,1-20
(Klaas Holwerda, Nassaukerk, kerstnacht 24 december 2015)

De meeste mensen deugen. Alleen al vanwege de opmerkelijke titel trok dit boek van de hand van Rutger Bregman de afgelopen maanden de aandacht. Ik moest er aan denken bij het lied van het leger engelen dat elk jaar weer klinkt in het verhaal van deze nacht. Dat korte lied waarvoor in de Nederlandse taal zo moeilijk het passende woord te vinden is.

Mensen van het welbehagen - zo heette het vaak. Maar wat zijn dat dan: mensen van welbehagen? Een vergeeld woord, nogal uit de tijd. En hoe zeg je dat dan wel? U kent het ongetwijfeld. Hoe je met plezier en genoegen kunt kijken naar een kind dat aan het spelen of aan het doen is. Zoiets moet je je er bij voorstellen, denk ik. Mensen naar wie God met plezier of met genoegen kijkt. Maar dat vang je weer niet met: vrede op aarde voor mensen van genoegen of mensen van plezier.

Voor de vertaling vanavond koos ik daarom maar weer eens voor die andere variant: mensen van goede wil. En nu vroeg ik me af: hoe zou het klinken met: op aarde vrede voor mensen die deugen? Ik vermoed dat we dan aardig dicht op de bedoeling zitten: op aarde vrede voor mensen die deugen.

Ja, ik weet het. Rutger Bregman haalt met zijn boek nogal wat overhoop. Is dat niet vreselijk naïef: denken dat de meeste mensen deugen? En, een ander punt, staat het niet haaks op wat de kerk vaak uitgedragen heeft: dat de mens juist geneigd is tot alle kwaad?

Maar laten we wel wezen: de bijbelse verhalen zijn ouder dan de kerk. En ook helemaal niet het exclusieve bezit van de kerk. Ze hebben hun eigen zeggingskracht en laten zich niet de mond snoeren door welke autoriteit of welk instituut ook. Ze verzetten zich daar zelfs uitdrukkelijk tegen. Ze zijn onmiskenbaar kritisch op gevestigde macht die zo vaak corrumpeert.

Maar jij, Betlehem in Efrat. Met die zin opende zo pas het kleine stukje profetie (Micha 5,1). De profeet ziet het verschil niet gemaakt in Jeruzalem, niet in het centrum van de religieuze macht. Maar in het landelijke Betlehem, al is het maar een gehucht van niks.

Om op grond daarvan nu maar één op één te gaan voor het huidige boerenprotest -dat lijkt me nou nog net weer wat anders. En daarvoor zijn wij misschien ook net te veel stadjers. Maar dat terzijde.

In het evangelie van deze nacht is het al net als in de profetie. Het verschil wordt niet gemaakt in Rome door de keizer aan de top van de toenmalige wereldmacht. Maar in Betlehem door een pas geboren kind in een kribbe - nog onbedorven en de onschuld zelf. En herders, stadsnomaden, zijn de eersten die er oog voor krijgen.

Terug naar het engelenlied: op aarde vrede voor mensen die deugen. Me dunkt: Rutger Bregman kon wel eens sterkere papieren hebben dan het dogma dat mensen per definitie niet deugen. Hij onderzocht de geschiedenis van de mensheid er op. Maar je kunt je er ook in oefenen je leven en handelen er naar in te richten. Hij noemt voorbeelden van gevangenissen in Noorwegen (ze blijken beter, menselijker en ook nog eens goedkoper), van thuiszorgorganisaties (een hogere kwaliteit voor een lagere prijs) en van scholen die werken vanuit de gedachte dat de meeste mensen deugen.

U en ik kunnen het ook. Sta er eens bij stil. Probeer het uit. Ervaar het. Oefen je er in. Hoe veel verschil het maakt of je de mensen om je heen benadert als mensen die deugen of als mensen die niet deugen. Het verandert wat je zegt en doet. Het verandert wat je oogst aan reactie. Goedheid blijkt aanstekelijk te werken en zichzelf te vermenigvuldigen.

Vrees niet, zegt de engel tegen de herders (Lucas 2,10). Gevestigde macht, in het groot of in het klein, is altijd gebouwd op repressie en daarmee op angst. De omgang met vluchtelingen en de toeslagenaffaire zijn schokkende voorbeelden van wat er gebeurt wanneer je mensen op voorhand benadert als mensen die niet deugen.

Het verhaal van deze nacht zet daar de onbevangenheid van een kind tegenover. De creativiteit die er in mee komt wanneer je als mens wat van die onbevangenheid weet vast te houden of weer te herwinnen.

Het stuk dat de cantorij zo meteen zal zingen zegt het zo: Een scheppend woord is geworden: adem van God in een kind. Een scheppend woord. Zeg maar: een inzicht dat een wereld van verschil maakt en waarin iets van God, iets van de hemel zich met ons mensenbestaan verbindt: adem van God in een kind.

Op aarde vrede voor mensen die deugen. Het lied van de engelenmacht is kort en krachtig. Het heeft maar twee regels, waarvan dit de tweede is: Eer aan God in den hoge en op aarde vrede voor mensen die deugen (Lucas 2,14).

Dat zijn niet twee verschillende dingen. Dat is een en hetzelfde. De poëzie van de psalmen zegt altijd hetzelfde twee keer in verschillende bewoordingen. En zo is het ook hier. Eer aan God is geen vroom geneuzel. Eer aan God staat of valt met: werk maken van vrede op aarde, werk maken van het verschil dat zichtbaar wordt waar wij elkaar benaderen als mensen die deugen. Moge het zo zijn.

Reageren? Schrijf naar
[terug]
 
en tilt het aan het licht
overweging bij Jesaja 49,1-7 en Matteüs 4,12-25
(Klaas Holwerda, Nassaukerk, 26 januari 2020)
 
Is het niet vroeg of laat een worsteling in ieder mensenleven? De vraag waarom je er bent. En of het wel zin heeft dat je er bent. Of het niet veeleer vergeefs en voor niets is (Js.49,4). De vraag ook of je er wel genoeg van maakt. Of je niet jammerlijk faalt en je persoonlijke boekhouding in het rood afsluit.

In het evangelie van vanmorgen gaat het de diepte in. Nog voor er sprake is van gezien worden en geroepen worden, horen we eerst hoe het naar beneden gaat. Hoe Jezus afdaalt uit Nazaret en zich neergeeft in Kafarnaüm, zoals er letterlijk staat. In het grensgebied van Zebulon en Naftali, zo staat er ook nog bij (Mt.4,13). Dat klinkt voor ons alleen maar als lastige ballast. Maar het waren onder de twaalf stammen ooit van Israël de twee die helemaal niet meetelden. Jezus komt wonen in de Achter‑Achterhoek, zo zegt het verhaal daarmee. Hij komt wonen bij mensen die niet zijn opgestuwd in de vaart der volkeren. Vrouwen en mannen die veeleer alles moesten ondergaan als een speelbal op de golven. Kort tevoren hadden ze moeten toezien hoe hun oude land veranderde in een bouwput voor een nagelnieuwe stad en zijzelf mochten slaven voor de nieuwe rijken daar.

Woorden bekend uit de kerstnacht klinken in dit evangelie door. Maar waar Jesaja het nog heeft over mensen die gaan of wandelen in het duister (Js.9,1), heet het nu: zitten in duister (Mt.4,16). Bij de pakken neer, door de knieën gegaan, vernederd, gekleineer, beneden de armoedegrens en het bestaansminimum.

In zijn kloosterregel zegt Benedictus dat een mens moet opklimmen op de ladder van de nederigheid. Dat zien we Jezus doen: afdalen uit Nazaret en zich neergeven in Kafarnaüm. Hij wilde zich verlagen en daalde van zijn troon (Lb.438:2). Een ultieme oefening in exposure, zou je ook kunnen zeggen. Daar begint het koningschap van de hemel: onder altijd weer achtergestelde en over de rand geduwde mensen.

En dan de vraag of wij ons daarin laten meenemen. Want wat er aan die vissers gebeurt en wat die vissers krijgen te doen: zijn het niet twee kanten van dezelfde medaille?

Wat er aan hen gebeurt. Jezus ziet hen en hij roept hen (Mt.4,18.21). Over dat zien gaat het ook in de psalm (Ps.139): gezien zijn, gekend, niets verborgen en wel helemaal veilig, niet dat enkel je fouten en vergissingen en tekortkomingen, je aarzelingen en onzekerheden feilloos worden geregistreerd; maar omarmd en opgenomen in onvoorwaardelijke liefde. Over het roepen gaat het in de profetie: een taak toebedacht krijgen, een levensvervulling, er toe doen, iets van betekenis bijdragen, een van de pijlen zijn op de boog van de Eeuwige (Js.49,1‑2).

En dan luistert het nauw. Jezus ziet hen maar niet. Nee, hij ziet hen het net uitwerpen (Mt.4,18) of de netten klaarmaken (Mt.4,21). Hij roept ook geen theologen, maar vissers. Hij vindt ons elk op onze eigen plek in het leven. Hij ziet onze talenten: wat wij kunnen. En denkt: daar kan ik nog iets anders mee. Iets dat groter is en ons te boven gaat. Zoals bijvoorbeeld ook Carolien van Olphen dat ziet in de jonge vrouwen die zij schildert.

En dan wat zij, wat wij, te doen krijgen. Luistert dat niet minstens even nauw? Want wat is dat nou voor iets belabberds: mensen vissen, uit hun element halen, uit hun natuurlijke biotoop - kan het wreder?

Of moeten we misschien dat beeld anders verstaan: mensen delven, opdiepen uit duistere diepten van verlatenheid - afgeschreven, steeds weer afgeblaft, voor rot gescholden of voor nietsnut uitgemaakt? Mensen aan het licht tillen. De zielsverachte en verafschuwde (zoals het heet in de profetie - Js.49,7) in hun zijn en kunnen bevestigen, hen laten glanzen en stralen? Begint zo niet het koningschap van zoals in de hemel ook op aarde?
 
Reageren? Schrijf naar
[terug]
 
Van geluk gesproken
overweging bij Zefanja 3,9-13 en Matteüs 5,1-12
(Klaas Holwerda, Nassaukerk, 2 februari 2020)

Zonder de watersnood van 1953 waren de Deltawerken wellicht nooit tot stand gebracht als een van de zeven moderne wereldwonderen. We zouden intussen niemand om die reden een watersnood toewensen.

Dat is precies de manier waarop we de zaligsprekingen uit het evangelie voor vanmorgen niet moeten verstaan. Zalig die treuren, want zij zullen vertroost worden. Alsof je hen toe wenst in het ongeluk gestort te worden, omdat ze anders hun troost zouden mislopen. Alsof hun ongeluk en de tranen daarover de reden voor hun troost zou zijn.

Daarom heb ik in de vertaling voor vanmorgen het vaak gebruikte woord 'want' achterwege gelaten. Dus niet: zalig die treuren, want zij zullen vertroost worden.
Maar: gelukkig wie treuren: zij zullen troost ontvangen.

Misverstand twee. Het gaat in die reeks beloftevolle woorden niet om hier en nu tegenover ooit en daar: een hemels hiernamaals als zoethoudertje om gewelddadig handelen te verdoezelen en rechtvaardigen. De rouwenden die troost ontvangen, staan veelbetekenend tussen hemel en aarde: tussen armen aan adem met het koningschap van de hemel en zachtmoedigen die de aarde erven (Mt.5,3‑5). Met andere woorden: het gaat voortdurend om het hier en nu.

Misverstand drie. Het gaat in die reeks woorden van Jezus niet om acht verschillende groepen mensen met elk hun eigen pot aan prijzengeld. Het gaat steeds om dezelfde mensen. Om ons, mensen die wij zijn, onder verschillende gezichtshoeken: arm aan adem, in de rouw, zachtmoedig, verteerd door verlangen naar recht, enzovoort (Mt.5,3‑10).

En in dat alles draait het steeds om de woorden waarmee de reeks begint en ook afsluit: van hen is het koningschap van de hemel (Mt.5,3.10). Of zoals ik het vorige week uitdrukte: het koningschap van zoals in de hemel ook op aarde. Onder verwijzing naar de woorden waarom de beden van het Onze Vader scharnieren, drie er voor en drie er na: zoals in de hemel ook op aarde (Mt.6,10).

In het eerste evangelie, van Matteüs, worden wij opgenomen in een leergemeenschap, een leerproces van een leven lang. Denk aan die andere woorden waarmee Jezus straks aan het einde dit boek uitluidt: Ga, maak alle volken tot leerlingen (Mt.28,19). Betrek wereldwijd mensen bij deze leergemeenschap.

En de bladzijde van vanmorgen zet het zo geweldig beeldend neer. Als een Mozes opnieuw gaat Jezus de berg op, zet zich neer en geeft thora (Mt.5,1‑2). De reeks van acht woorden (gelukkig wie, gelukkig wie, gelukkig wie) weekt aanhoudend mensen los uit de menigten beneden aan de voet van de berg: mensen die naar hem toe komen, aan zijn voeten plaatsnemen, zich laten opnemen in de leergemeeenschap.

Hen spreekt Jezus dan tenslotte persoonlijk aan: Gelukkig jullie. Ook al heb je smaad en laster te verduren: rijk is je loon, zoals in de hemel ook op aarde (Mt.5,11‑12).

Het zijn, met andere woorden, woorden van de gekruisigde. Iemand die weet waarover hij het heeft. Hij gumt ze niet weg en vlakt ze niet uit, de moeiten van het leven, het kwaad dat altijd weer de ziel belaagt. Lijden en dood zijn voor hem niet het einde, maar veeleer begin. Gelukkig jullie: bij jullie begint de toekomst.

In deze leergemeenschap is het allemaal begonnen om groeien in mens zijn. Het gaat er om dat je je anders leert verhouden tot leed en kwaad. Dat je je er niet in laat mee zuigen, maar er boven staat en er in overeind blijft.

Zoals ook de profetie laat zien hoe je jezelf kunt losweken uit naar je hand zetten, leugen en machtsmisbruik. Evenals uit gevangen zitten in armoede, verdriet en onrecht. Of zoals de psalm het zegt: Wind je niet op, laat je woede varen, erger je niet, dat brengt maar onheil (Ps.37,8).

Hoe ingewikkeld is dat! En tegelijk: hoe veelbelovend! Je leest het af aan mensen als Nelson Mandela, die zonder haat te dragen de gevangenis verliet. Dietrich Bonhoeffer, die persoonlijk lijden een bruikbare sleutel noemde om op een goede manier in de wereld te staan en gelukkig te worden. Freek de Jonge ook, die het eens een voorrecht noemde èn zijn vader èn zijn zoontje begraven te hebben. Juist op momenten dat alles hem uit handen werd geslagen, had hij intens ervaren waar het op aan komt in het leven en wat er allemaal minder toe doet, wat geluk geeft en wat je uiteindelijk kunt missen.

Resoneren niet dergelijke ervaringen in aanduidingen als arm aan adem, rouwen, zachtmoedig, hongeren en dorsten naar recht, barmhartig in doen en laten, zuiver van hart, vrede stichten? (Mt.5,3‑10)

Als ik voor mezelf spreek, dan weet ik van een weg van vallen en opstaan. Maar ook van haarscherp aanvoelen, met verwondering en vreugde, wanneer je in de modus raakt waarin je niet alleen kunt omgaan met onheil, met teleurstelling en verlies, maar uiteindelijk zelfs met smaad, laster, kwaad over je gesproken. Gedragen door de stem: Verheug je en verblijd je: rijk is je loon, zoals in de hemel ook op aarde (Mt.5,11‑12).

Reageren? Schrijf naar
[terug]
 
Die geen vader was, zal vader zijn
overweging bij Maleachi 3,1-4 en Lucas 1,5-25
(Klaas Holwerda, Nassaukerk, 29 november 2015)
 

  
Reageren? Schrijf naar
[terug]
 
Oh, kom er eens kijken
overweging bij Micha 5,1-4 en Lucas 1,26-38
(Paula de Jong, Nassaukerk, 6 december 2015)


 
Reageren? Schrijf naar
[terug]
 
Vol verwachting
overweging bij Zefanja 3,14-20 en Lucas 1,39-56
(Klaas Holwerda, Nassaukerk, 13 december 2015)

 
  
Reageren? Schrijf naar
[terug] 
 
Kostbaar en kwetsbaar
overweging bij Jesaja 9,5 en Lucas 2,1-20
(Klaas Holwerda, Nassaukerk, kerstnacht, 24 december 2015)

 
  
Reageren? Schrijf naar
[terug] 
terug